Menu
- Home
- Geschiedenis
- Algemene info
- Agenda
- Lidmaatschap
- Audio/Video
- Fotoalbum
- Nieuws
- Gastenboek
- links
 
De vereniging
- Leerlingen
- Slagwerkgroep
- Orkest
- Dirigent
- Instructeur
 
 
Zelf muziek maken?
 
tuba-bariton sectie
 
Lijkt het jou leuk om lid te worden van een muziekvereniging? Wat komt daar allemaal bij kijken? Een instrument kiezen, muzieklessen volgen, examens doen en concerten geven. Een hele hoop dus, hier leggen we alles uit.

Instrument:
Als je lid wordt van een muziekvereniging moet je natuurlijk eerst een instrument kiezen. Misschien heb je al een instrument in gedachten? Anders kan het helpen om een keer te gaan kijken bij een repetitie van het orkest of slagwerkgroep. Vaak kun je bij verenigingen ook instrumenten proberen. Dan kom je er snel achter wat jij leuk vindt.

Heb je iets gekozen? Dan zijn er verschillende mogelijkheden om het instrument te krijgen:

1 - Een nieuw instrument kopen.

Hier moet je goed over nadenken, want instrumenten zijn duur. De prijzen verschillen sterk per instrument. Een nieuw muziekinstrument kost al snel een paar duizend euro’s. Verenigingen kunnen vaak een korting regelen bij een muziekwinkel.

2 - Een tweedehands instrument kopen.

3 - Een instrument lenen van de muziekvereniging.

Dit is vaak mogelijk, maar niet altijd.

4 - Een instrument huren bij de winkel.

Als je het niet zeker weet kun je het best eerst huren of lenen, dan kunt je altijd nog wisselen.

Muzieklessen:
Muzieklessen horen erbij als je een muziekinstrument wilt leren bespelen. Dit kan op een aantal manieren. Sommige muziekverenigingen vinden het verstandig dat hun leerlingen eerst een AMV-cursus volgen. In deze cursus Algemeen Muzikale Vorming leer je de basis van de muziek. Je komt er bijvoorbeeld achter wat geluid precies is, wat noten zijn en je leert noten lezen. Na deze cursus kun je dan verder gaan met muzieklessen op je instrument. Dit kan door de muziekvereniging zelf worden verzorgd. De muziekvereniging huurt dan docenten in die les geven aan de leden van de vereniging. Het voordeel hiervan is dat je gelijk kennis maakt met de vereniging zodat later de overstap naar het orkest minder groot is.

Anderzijds kan de vereniging er ook voor kiezen om je naar de plaatselijke/regionale muziekschool te sturen. Daar krijg je les van een docent die aangesloten is bij de muziekschool. "Ons Genoegen" maakt geen gebruik van de muziekschool.

Meestal krijg je één keer in de week 20 minuten les. Als je geen AMV-cursus hebt gevolgd is één van de eerste dingen die je moeten leren het lezen van notenschrift. Vaak wordt dit gecombineerd met het spelen van de noot en daarmee ook het herkennen van de noot op de notenbalk. Als je een aantal noten geleerd hebt, kun je al vrij snel beginnen met het spelen van eenvoudige liedjes.

Je kan alleen les krijgen of in een klein groepje. Vaak wordt er gekozen voor een groepje (dit heet een ‘ensemble’), zodat je dan leert hoe het is om samen te spelen. Dat kan later handig zijn als je in een orkest gaat spelen. Het is afhankelijk van de docent waar voor wordt gekozen.

Klassieke muziek én popmuziek:
Als je de noten eenmaal kent, kun je ook liedjes gaan spelen. In het begin zullen dit zeer eenvoudige liedjes en klassieke muziek zijn. De lessen worden steeds moderner. Soms wordt er een cd gebruikt met een soort orkestband. Je speelt dan met een orkest mee. Dit kan klassieke muziek zijn, maar ook popmuziek en Top 40 hits. Het is dus zeker niet oubollig! Het is een beetje afhankelijk van het soort instrument dat je speelt.

Oefenen:
Muziek maken is niet makkelijk, je moet er wel wat voor doen. Het belangrijkste is om veel te oefenen. Iedere dag moet je ongeveer een half uur tot een uur (langer mag natuurlijk altijd) oefenen. Dit maakt het best serieus, maar zo leer je het wel goed. Het nadeel van oefenen is dat sommige instrumenten geluidsoverlast kunnen veroorzaken voor de buren. Om problemen te voorkomen is het handig om afspraken te maken over de oefentijden. Bijvoorbeeld niet voor tien uur en niet na negen uur ’s avonds.

Examens: Het doel van muzieklessen is het behalen van diploma’s. Muzikanten kunnen een A-, B-, C- of D-diploma behalen. Hiervoor moet je examen doen. Een examen bestaat uit twee onderdelen: de theorie en de praktijk. Deze examens doe je apart van elkaar.

In het theorie-examen gaat het om herkenning van noten, notenbalken, muzikale termen en karakteraanduidingen, orkestbezettingen en de verschillen tussen orkestvormen, maatsoorten, etc. Dit gedeelte moet je eerst halen en daarna kun je door voor het praktijkgedeelte. In het praktijkgedeelte moet je laten horen wat je kunt: voordrachtstuk(ken), een duet, voor- en naspelen, improvisatie etc.

Optredens:
Als muzikant bij een muziekvereniging horen optredens erbij. Muziekverenigingen geven ongeveer vier keer per jaar een concert. Daarnaast worden er door sommige verenigingen nog straatoptredens en serenades gedaan. Dit gebeurt steeds minder.

De manier waarop concerten worden gegeven is bij veel muziekverenigingen anders. Sommige verenigingen zijn wat ouderwetser en spelen dan vooral marsmuziek en traditionele harmonie- en fanfaremuziek. Maar er worden ook steeds vaker popnummers en filmmuziek gespeeld. Daarnaast zijn er ook steeds meer verenigingen die concerten rond een thema doen en er een show van maken.

Het geven van een concert is natuurlijk spannend! Er zijn allemaal (vreemde) mensen die naar je komen kijken luisteren. Of je net begint of al jaren speelt, het blijft spannend. Om meer ervaring in samenspel en optreden te krijgen hebben muziekverenigingen vaak ook een opleidingsorkest/leerlingenorkest. Dan kun je oefenen met samenspelen.

De kleding die gedragen wordt tijdens een concert verschilt per vereniging. Sommige verenigingen kiezen voor een uniform dat de leden van de verenigingen krijgen. Andere muziekverenigingen kiezen voor een zwart kostuum.

Activiteiten:
Sommige verenigingen kiezen ervoor om naast de muzikale activiteiten ook buitenmuzikale activiteiten te organiseren. Dit zijn dus activiteiten die niet met muziek te maken hebben, zoals fietstochten, barbecues, buitenlandreizen, droppings, feestavonden, spelletjesmiddagen etc. Daarnaast worden er ook jeugdkampen georganiseerd, om elkaar goed te leren kennen.

Verder zijn er vaak activiteiten om extra geld voor de verenigingen binnen te halen. Die hebben natuurlijk nut voor de vereniging, maar bovendien zijn ze vaak erg gezellig. Vlooienmarkten, bloembollenacties, oud papier inzamelen en collecteren voor het Anjerfonds zijn voorbeelden van dit soort activiteiten. Het verschilt enorm per vereniging hoeveel er georganiseerd wordt.

Gezelligheid:
Waar het allemaal om gaat bij een muziekvereniging is plezier hebben in het samen muziek maken! Gezelligheid staat bovenaan. Maar daarnaast moet er ook gewerkt worden om tijdens optredens een goede prestatie neer te kunnen zetten. Als dit lukt, geeft dit een heel goed gevoel. De meeste muziekverenigingen hebben leden van alle leeftijden. Van jong tot oud, een muziekvereniging is er voor iedereen. Er zijn zeker ook kinderen van jouw leeftijd.

Waarom is het leuk om lid te zijn van een muziekvereniging?:
Muziek maken is ontspannend en inspannend tegelijkertijd, of je dit nu alleen thuis doet of lid bent van een muziekvereniging. Muziek maken is inspannend omdat je je moet inzetten. Maar, als je de basis van het muziek maken onder de knie hebt begint het leuke deel en kun je écht muziek gaan maken. Dan wordt het ontspannend. De afzonderlijke noten worden aan elkaar gekoppeld en je kunt liedjes gaan spelen. Als je dit ook nog bij een muziekvereniging doet wordt het nog leuker.

Samen muziek maken, onder de knie krijgen en muziekstukken spelen is altijd gezelliger dan alleen. Bovendien leer je nieuwe mensen kennen en werk je samen naar een doel toe. Daarnaast organiseren de meeste muziekverenigingen nog allerlei leuke dingen als barbecues, feestavonden, droppings, fietstochten, leerlingenkampen etc. Dit alles maakt muziek maken tot een gezellige en ontspannende hobby voor alle leeftijden, zeker bij een muziekvereniging!